Versvoer

Het lijkt misschien niet zo wanneer uw hond op uw schoot of languit op de zetel ligt of u vriendelijk en soms niet al te subtiel om een knuffel komt vragen maar honden stammen wel degelijk af van de wolven.

Wolven eten geen brokken of gekookt vlees maar ze eten hun prooien rauw. De verteringsorganen van de honden zijn nog steeds hetzelfde als die van hun voorouders nl afgestemd op rauwe voeding: hun tanden, slokdarm, maag en darmen zijn dat van carnivoren. Tanden, slokdarm, maag en darmen van planteneters zijn anders. Het vlees hoeft niet bewerkt te worden – door te koken/roken gaan er grote hoeveelheden voedingsstoffen verloren en bij botten ontstaat er zelfs het gevaar van splintering.

Honden zijn dus carnivoren maar gedurende de evolutie van wolf naar hond (domesticatie proces - cfr opleiding Dog Emotion and Cognition, van Dr Brian Hare - Evolutionary Anthropology - Duke University) zijn ze meer geëvolueerd naar "scavengers", aaseters dus. Dit wil zeggen dat ook al is hun spijsverteringsstelsel ingesteld op vlees, ze ook plantaardig materiaal kunnen verteren.

Net zoals de mensen hebben honden een goed gebalanceerde voeding nodig dus het is belangrijk om een goede verhouding te hebben tussen bot, spiervlees en organen.

Voordelen vers/rauw voeren - afhankelijk van hond tot hond:

  • minder ontlasting
  • minder kans op voedselintolerantie
  • betere vacht 
  • betere en wittere tanden
  • veel smakelijker eten
  • zuurdere omgeving in maag/darmen dus betere afweer tegen wormen en bacteriën
  • kan helpen om urinegruis en kristallen te voorkomen

Er zijn verschillende manieren van vers voeren:

BARF – Bones And Raw Food of Biologically Appropriate Raw Food.

Hier wordt gebruik gemaakt van geschikte rauwe botten, spiervlees, organen, gepureerde groenten en aanvullingen zoals rauwe eieren en zuivel. Bij BARF gaan de baasjes de maaltijden zelf samenstellen maar hou er rekening mee dat het maanden of jaren kan duren vooraleer de gevolgen van voedingsstoffentekorten tot uiting komen en dan word er vaak niet meer gedacht aan een niet-gebalanceerde voeding als mogelijke oorzaak. Het is dus zeer belangrijk dat u de juiste verhoudingen kent en toepast. 

Hier is het ook heel belangrijk om aan het ras van de hond te denken. Een kleinere hond heeft kleinere tanden dus ze kunnen niet elk bot eten en ze hebben een kleinere diameter van darmen dus je moet opletten voor verstoppingen door bot. 

Verhoudingen:

60% rauwe vlees botten (50% vlees en 50% bot)
15% rauwe groentepuree en fruit
10% orgaanvlees
5%-10% tafelrestjes en supplementen

Voor goede tips en advies kan u best verder online zoeken naar meer informatie.

NRV – Natuurlijk Rauwe Voeding

Net zoals BARF is het hier aan de baasjes om de juiste verhoudingen te kennen en toe te passen omdat men hier ook de maaltijden zelf samenstelt. Het grote verschil tussen NRV en BARF is dat er bij NRV geen groenten/fruit noch supplementen gebruikt worden. Hou er rekening mee dat het maanden of jaren kan duren vooraleer de gevolgen van voedingsstoffentekorten tot uiting komen en dan word er vaak niet meer gedacht aan een niet-gebalanceerde voeding als mogelijke oorzaak. Het is dus zeer belangrijk dat u de juiste verhoudingen kent en toepast. 

Hier is het ook heel belangrijk om aan het ras van de hond te denken. Een kleinere hond heeft kleinere tanden dus ze kunnen niet elk bot eten en ze hebben een kleinere diameter van darmen dus je moet opletten voor verstoppingen door bot. 

Verhoudingen:

60%-70% spiervlees
15% orgaanvlees
15%-25% bot

Voor goede tips en advies kan u best verder online zoeken naar meer informatie.

KVV – Kant en Klare Verse Voeding

KVV is ook rauwe voeding maar het is wat makkelijker voor de baasjes:

  • het is gemalen dus geen hele of delen van prooidieren meer te zien
  • het zit over het algemeen handig en mooi verpakt
  • de verhoudingen bot/spiervlees/orgaan zijn meestal gebaseerd op het BARF principe – deze kunnen wel licht afwijken tussen de verschillende fabrikanten
  • je kan kiezen tussen “complete” of “enkelvoudige” versies:
    • bij de complete versies hebben de fabrikanten een premix van vitaminen/mineralen toegevoegd waardoor je in principe niet verplicht bent om af te wisselen tussen diersoorten.
    • bij de enkelvoudige is er geen premix of iets dergelijks toegevoegd dus hier moet je afwisselen tussen diersoorten om tekorten bij uw hond te voorkomen.


Om ook even bij stil te staan: er zijn KVV's die geen natuurlijk calcium toevoegen (dus uit botten) maar een supplement (dus een onnatuurlijke vorm).

Natuurlijk
calcium wordt opgenomen volgens de behoefte van het lichaam. Bovendien kan een klein "te veel" aan natuurlijk calcium uitgescheiden worden. Ook de opname verloopt via een natuurlijke weg. Natuurlijk calcium bindt hierbij niet aan andere mineralen waardoor hun absorptie niet wordt gehinderd. 

Onnatuurlijke vormen van calcium kunnen niet volledig uitgescheiden worden. Het geven van een calciumsupplement als preparaat kan de verhouding van calcium en fosfor in onevenwicht brengen. Een deel van het teveel aan onnatuurlijk calcium wordt niet uitgescheiden maar opgenomen in de bloedbaan. Calcitonine, het hormoon dat calcium in de bloedbaan bindt, helpt de hoge concentratie van calcium in de bloedbaan verlagen maar dit resulteert in een teveel aan calcitonine wat een achterstand in de botvorming met zich meebrengt. Hierdoor worden de kansen voor HD, ED en SD (botziektes) verhoogd. Voor meer informatie kan u hiervoor zeker bij uw dierenarts terecht. (Bron: www.back2thewild.be).

Bij kleine hondjes (dus met kleinere diameter darmen) ook opletten bij grof gemalen bot in sommige KVV's. Voor hen kan een puppy variant KVV beter zijn omdat die fijner gemalen wordt. 


Ontdooien
van KVV: in de koelkast - na het ontdooien is het nog ongeveer 2 dagen houdbaar in de koelkast. U kan de worst best ontdooid bewaren in een goed afsluitende bewaardoos. Wees steeds voorzichtig in het behandelen van bevroren vlees/KVV: zorg ervoor dat het tijdens de bewaring (of eventueel vervoer) altijd goed bevroren blijft en controleer altijd het vlees voor het aan uw hond/kat te geven bv door er eens aan te ruiken (niet altijd even makkelijk want sommige vleessoorten ruiken anders/sterker dan andere). 

Niet direct na het eten met de hond gaan wandelen of trainen. De hond moet altijd over vers water kunnen beschikken. Best serveren op kamertemperatuur (zeker voor honden met gevoelige darmen).

Overstappen van brok naar vers voer kan men best rustig aan doen aangezien het toch een heel andere soort voeding is die ook weer een andere vertering en andere darmbacteriën vereist. Voor honden met overgevoeligheden, allergieën, gevoelige darmen is het best om eerst een paar weken vuile pens te geven. Dit brengt geen fris geurtje met zich mee maar het zit wel boordevol goede bacteriën die zorgen voor een goede darmflora. Daarna kan men dan eerst de magere varianten van het gekozen KVV merk geven zoals bv paard om zo stilaan naar de iets vettere varianten te gaan. Door elke soort een ruim aantal weken lang te geven (is iets lastiger bij enkelvoudige varianten omdat daar afwisseling van diersoorten nodig is) kan men stap voor stap uitzoeken op welke variant uw hond al dan niet reageert en zo kan u dan de varianten waarop gereageerd wordt uitsluiten. Als uw hond de KVV goed gewoon is en het er goed op doet én u bent goed ingelezen in de materie en klaar om delen van prooidieren of hele karkassen te geven, dan kan u ook de overstap naar BARF of NRV maken. 

Schrik niet als uw hond ineens meer oog uitloop (vuile ogen) heeft of plattere stoelgang want dit wil zeggen dat uw hond de "slechtere" stoffen die zijn/haar lichaam in de loop der maanden/jaren opgebouwd heeft, aan het uitscheiden is. Dit wordt ook wel ontgiftingsperiode genoemd. Men zegt wel eens: "Hoe erger de ontgifting, hoe belastender de voeding die hij/zij voordien kreeg". Het is dan een kwestie van volhouden en ook opvolgen - bv eventuele diarree mag niet al te lang aanhouden. Het is dan best om langs te gaan bij de dierenarts om na te gaan of er niks anders (ziekte, parasiet, ...) speelt of de dierenarts kan bv probiotica adviseren om de darmen wat te ondersteunen. 

Niet vergeten: elke hond/kat is anders en kan dus ook anders reageren dan de gemiddelde hond/kat op een verandering van voedingssoort of merk. Hetzelfde geldt voor het voedingsadvies dat u bij de meeste fabrikanten op de website kan terug vinden: sommige honden/katten hebben een verhoogd of verminderd energieverbruik en zullen dus meer of minder nodig hebben dan wat geadviseerd wordt.

Tip: Best kan u altijd even voelen aan de ribben of een hond al dan niet te dik is: als u de ribben al vrij snel voelt zonder druk op uw vingertoppen te moeten zetten of de ribben zijn zichtbaar, dan is uw hond waarschijnlijk te dun. Als u de ribben voelt met een klein beetje druk op uw vingertoppen, dan is het gewicht waarschijnlijk perfect en als u al vrij hard met uw vingertoppen moet duwen in de vacht in een poging om de ribben te voelen, dan is uw hond waarschijnlijk te dik. Bij twijfel kan u best uw dierenarts raadplegen - er kunnen bv medische redenen zijn (gewrichtsproblemen) om uw hond ietsje te mager te laten zijn. 

Hygiëne voorschriften

Ontdooi het voer in een afsluitbare bak in de koelkast zodat het niet in aanraking komt met uw eigen voedsel. Was alle spullen die in aanraking zijn gekomen goed af met warm water en afwasmiddel. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de bacteriën zich zullen vermeerderen. Geef uw huisdier het voer daarom in een koele ruimte en uit de zon. Zorg ervoor dat er geen vliegen in de buurt van het voer kunnen komen, vliegen kunnen bacteriën uit het voer verspreiden.

Geadviseerde hoeveelheden per dag?

Pup: 

tot 4 maanden: 50g per kg lichaamsgewicht (3 à 4x per dag)
4-7 maanden: 40g per kg lichaamsgewicht (3x per dag)
7-10 maanden: 30g per kg lichaamsgewicht (2x per dag)
> 10 maanden: 20g per kg lichaamsgewicht (1 of 2x per dag)

Volwassen hond:

20-30g per kg lichaamsgewicht maar tot 40g per kg lichaamsgewicht voor actieve, levendige en kleine honden en 30-40g per kg lichaamsgewicht voor drachtige/zogende honden. (1 of 2x per dag)

Kitten:

80 tot 100g per kg lichaamsgewicht (3 à 4x per dag)

Volwassen katten:

30 tot 40g per kg lichaamsgewicht maar 60 tot 80g per kg lichaamsgewicht voor drachtige/zogende katten. (2x per dag)

Fret:

60 tot 80g per kg lichaamsgewicht maar 60 tot 100g per kg lichaamsgewicht voor drachtige/zogende fretten. (2 of 3x per dag)

Versvoer producten